Sometimes the things you can’t reach, are the things you want most.

Meer dan een jaar geleden besloot ik om een punt te zetten achter mijn zelfverwonding. Ik besefte dat het genoeg was geweest, dat het anders kon, dat ik dit niet verdiende. Dat ik andere manieren zou vinden om met mijn pijn om te gaan. Na meer dan 10 jaar was het plots gedaan. Ik had geen vertrouwde methode meer om naar terug te grijpen, ik moest op zoek gaan naar nieuwe manieren. De eerste dagen lukte het goed. De eerste weken nog beter. Na de eerste maand was ik fier, trots, gelukkig, ik kon dit echt aan!

Tot na een maand of 3-4 een einde kwam aan de illusie. Stressvolle weken, mood-swings, negatieve gedachten, en ga zo maar door. Tientallen, honderden keren heb ik geprobeerd om op andere wijzen invulling te geven aan hetgeen ik het meeste wou. Ik schreef mijn gevoelens neer, ging uren huilend onder de douche staan, ging wandelen in de buitenlucht, keek dagen lang naar series en focuste me daarop. Gaandeweg heb ik me er door geloodst, heb ik niet toegegeven aan de drang, de nood. Maar in plaats van euforie, voelde ik gemis. Ik besefte dat het nooit meer hetzelfde zou zijn.

De maanden hierop werden dan ook mentaal ontzettend zwaar. Steeds meer was het in mijn gedachten, steeds vaker had ik het mentaal moeilijk, voelde ik me zwaar, leeg, depressief. Nog steeds, tot op de dag van vandaag. Ik gaf niet toe, al was het reeds ontelbare malen zeer moeilijk. Ik voelde me terug gekatapulteerd in de tijd.

Soms beeld ik me in hoe het vroeger was, en probeer ik op die manier bij het gevoel te komen. En hoewel ik mezelf nog niet bewust opnieuw heb gesneden, betrapte ik mezelf erop dat ik wel terug van kleinere zaken geniet, zaken die niet goed zijn. Een blauwe plek door het stoten tegen een tafel, een kras op mijn been van de nagels van mijn huisdier, een kind dat net iets te hard aan mijn haren trekt. Het lijken zo’n banale dingen, dingen die iedereen dagelijks meemaakt. En toch voel ik hiervoor schaamte want ik geniet van deze zaken, ik geniet ervan dat dit soort zaken me terug rust geven. En toch kan ik mezelf niet inhouden om bij het opkomen van bijvoorbeeld een paniekaanval, even op de pijnlijke plaats te duwen, en zo terug een goed gevoel te krijgen, een gevoel van rust.

Ik ben niet goed bezig, dat besef ik maar al te goed. Maar op dit moment is het dit of er onderdoor gaan en terug staan waar ik jaren geleden stond, verslaafd aan automutilatie. Want mentaal ben ik op. Stress, geen zelfvertrouwen, weinig reserves, dagelijkse negatieve commentaren, mezelf veel te veel aantrekken van wat anderen denken,… Ik ben het gewoon moe om altijd een glimlach te blijven toveren op mijn gezicht, om te slikken wat mensen boven mij me opdragen, om neergehaald te worden. Ik ben het moe om erover te praten, om te blijven vechten, dag na dag, uur na uur, minuut na minuut.

Ik wil gewoon weer even mijn stress kwijt, weer controle voelen en mezelf mentaal opladen. Maar de enige manier waarop dit kán, is niet meer mogelijk, wil ik mezelf niet meer aandoen, dit heb ik mezelf beloofd. Ik realiseer me nu dat ik niet alleen een verslaving had, maar nog steeds verslaafd ben. Een realisatie waar ik moeilijk mee kan omgaan, maar die ik onder ogen moet durven nemen. Ik ben – nog steeds – verslaafd, en heb nog een lange weg te gaan…

Life is heavy, and I have lost my strenght.

“You can’t change your situation, the only thing you can change is how you chose to deal with it.” 
4 uur. Zolang heb ik me kapot gehuild na een promo reclamefilmpje van “Rode Neuzendag 2016”. Begrijp me niet verkeerd. Ik steun het initiatief voor de volle 100%. Aandacht voor psychische problemen is zeker nodig in deze maatschappij. Nog veel te veel is een taboe. Maar toe ik het filmpje zag over Laure die reeds 2 jaar aan zelfverwonding doet, kon ik niet anders dan huilen. Ik huilde niet van medelijden, niet van “ochere dat meiske”, maar ik huilde van woede. 

Ik was die dag al opgestaan na een nacht vol draaien en keren. Elk uur van de klok had ik gezien. Het was een nacht geweest vol vechten tegen mezelf, om toch maar niet toe te geven aan mijn drang. Ik stond uitgeput op. En dan ga je naar beneden, zet je de TV aan, en zie je datgene waar je de hele nacht voor gevochten hebt zo uitgebeeld voor je neus verschijnen. Hoelang ik naar het scherm heb staan staren, ik heb geen idee. Een halfuur? Het zal zoiets geweest zijn. En na het staren, kwamen de eerste tranen, samen met de harde werkelijkheid. Ik was jaloers (en ben hier helemaal niet trots op). Jaloers op hoe zij na 2 jaar de aandacht en de hulp krijgt die ik ook verdiende. Op hoe zij de verlossing voelde. Maar al snel werd deze jaloersheid vervangen door kwaadheid.
 
Hoe kan het dat een initiatief die zo hard inzet op aandacht voor psychische problemen, deze problemen zó letterlijk in beeld brengt? Ik was na het zien van het filmpje enorm getriggerd. Want als snel namen de tranen van wanhoop de tranen van kwaadheid over. Ik ben voor mijn televisie in elkaar gezakt. Ik beval mezelf om daar te blijven zitten. Had ik opgestaan, dan had ik mezelf sowieso verwond. 


4 uur later raapte ik mezelf weer bij elkaar. Ik was kapot, volledig uitgeput. Ik ben de rest van de dag in de zetel gaan liggen en ben er niet meer uit geweest. Het duurde 3 weken voor ik terug naar de televisie wou (én kon) kijken. 3 volle weken had ik angst om terug op datzelfde filmpje te botsen. Ik blokkeerde ook meteen al het nieuws over Rode Neuzendag. Ik ontvolgde alles op social media, zette de radio niet meer aan. 


Twee maand later kan ik het nog steeds niet, kijken naar hun acties op TV. Ik heb enorm veel respect voor de organisatie, maar volgend jaar mogen ze voor mij twee keer nadenken over hoe ze de zaken in beeld zullen brengen… 
“Perhaps our eyes need to be washed by our tears once in a while, so that we can see life with a clearer view again.”

“You never know how strong you are, until being strong is the only choice you have.” 
Ik kan moeilijk praten over mijn zelfverwonding. Niet omdat ik me schaam of omdat ik schrik heb. Nee, het probleem ligt daar niet. Het probleem ligt in het fysieke, zichtbare aspect. Want wanneer mensen horen dat je aan zelfverwonding doet, verwachten ze automatisch dat je vol staat met zichtbare littekens. 


Terwijl de mensen zouden moeten beseffen dat niet het litteken het probleem is, maar de onderliggende redenen. Achter één litteken zitten honderden, duizenden gedachten. Er zijn ontelbaar veel tranen gevloeid. Er zijn momenten geweest van hulpeloosheid, van angst, eenzaamheid. Verdriet. Waarom ik? Waarom opnieuw? Slapeloze nachten, dagen van onzekerheid en onrust. Ik kan nog wel even doorgaan. 


Over een periode van 10 jaar heb ik mezelf verwond. Ik begon toen ik 12 jaar oud was en deed het de laatste keer nét voor ik 22 werd (enkel maanden geleden). De manieren waarop doe ik hier niet uit de doeken, maar het zijn er meer dan ik op mijn hand kan tellen. En toch heb ik niet veel littekens. Maar diegene die er wel zijn, die hebben mij én mijn ziel getekend voor het leven. 


Ik ben altijd alleen geweest met mijn zelfverwonding. De enkele vrienden die ik had waren op de hoogte, maar lieten me gewoon begaan. Mijn ouders ontdekten het één keer op mijn 14 jaar. “Doe dit nooit meer, beloof je het?”. Ik hoor mezelf nog steeds “Ja, ik beloof het.” zeggen. Had ik me toen maar aan mijn woord gehouden. Of nee, had er toen maar iemand hulp gezocht voor én met mij. Alles bleef aanslepen, tot ik afgelopen jaar via een fandom van een serie andere mensen uit andere landen leerde kennen. 


Het kunnen praten in het Engels – en misschien ook de anonimiteit - was voor mij de grote doorbraak om mijn verhaal te beginnen delen. Ik kreeg – of liever krijg – het woord zelfverwonding amper over mijn lippen. Ik weet niet hoe het komt, maar elke keer krijg ik een krop in mijn keel en breekt er iets in mij. Maar in het Engels heb ik dit niet. Self-harming klinkt voor mij ook zoveel mooier, zachter. Door mijn verhaal te delen, en met andere in gesprek te gaan, zette ik uiteindelijk vorig jaar zélf de stap naar therapie. Een stap die mijn leven veranderde. 


Op het moment dat ik dit schrijf is het een half jaar geleden dat ik mezelf voor het laatst verwondde. Maar er gaat geen dag voorbij zonder ik hieraan denk. Daarom besloot ik om mijn verhaal, mijn gedachten en gevoelens, te delen op deze blog. Een verwerkingsproces voor mij. Misschien – en hopelijk – een steun voor anderen. 


“Don’t be ashamed of your story. It will inspire others…”
 

Ook jij kan ons je herstelverhaal of blog doorsturen op buddy@verwonderd.be.