Deze blog schrijf ik voor jou. Jij die nu op je kamer zit, op school zit, in de sportclub. Jij die je nu eenzaam voelt en het gevoel hebt dat niemand je begrijpt. Dat je alleen staat met je problemen. Deze blog schrijf ik voor jou, voor als je eraan denkt jezelf opzettelijk te verwonden of je dit af en toe doet. Deze blog schrijf ik voor iedereen die zich weleens rot voelt. Die zich slecht in zijn of haar vel voelt en het gevoel heeft dat de wereld een grote en boze plek om te leven is. Deze blog schrijf ik voor jou, als je moeilijke en negatieve ervaringen achter de rug hebt, zoals pesterijen of misbruik. Maar ook voor iemand die geen moeilijk verleden heeft schrijf ik dit bericht. Jij mag je ook slecht voelen. Je hoeft geen trauma’s hebben opgelopen om je vaak rot te voelen. Het mag.

Weet je. Ook jij hebt het recht je verdrietig, angstig of boos te voelen. Ook jij mag je rot voelen onder situaties die je nu moeilijk kan verwerken: school, je eenzaam voelen in vriendschappen en in deze grote wereld in het algemeen. Je mag je rot voelen omdat je je weg niet vindt in het dagelijkse leven. Je het gevoel hebt helemaal alleen te staan. Het mag, echt waar.

Maar er is ook niet mis met mild zijn voor jezelf. Ook jij mag jezelf de tijd geven om je beter te gaan voelen. Ook jij mag eens praten met een leerkracht, vriend(in) of iemand op het werk. Je hoeft niet het grootste en moeilijkste van jezelf te verwachten. Je hoeft niet perfect te zijn. Het gemiddelde is genoeg. Echt waar. Je hoeft niet overal de beste in te zijn, het meeste vrienden te hebben. Je mag er zijn zoals je bent, in al je kleuren.

Soms kan het voelen alsof niets nog goed loopt, alsof je ganse leven om zeep is. Maar zo is het niet. Er zijn altijd kleine lichtpuntjes, alleen moet je er soms naar op zoek gaan. En jij kan dat, echt waar.

Soms denk je er misschien aan jezelf te verwonden. Of voel je op dit moment de drang om jezelf op de één of andere manier te beschadigen. Lees dan verder. Lees dan deze tekst. En besef dat elk rot gevoel weer overgaat, dat niets blijft zoals het nu is.

Vergelijk de hevige emoties, de negatieve gedachten, de angst, kwaadheid, vergelijk het met een golf. Een woelige zee en een grote golf die over je heen spoelt. Misschien voel je je nu verdrinken, stikken in deze woelige zee waarin je staat. Het leven, het gevecht tegen jezelf en de demonen.

Maar weet dat elke storm voorbijgaat. Ook de storm die nu of later in je hoofd woedt. Aan elke orkaan komt een einde, zelfs de meest hevige. Probeer zo weinig mogelijk schade te betrekken bij de orkaan in je hoofd. Laat het mild worden, wees mild voor jezelf. Elke woelige zee wordt ooit rustig.

En misschien heb je het gevoel dat zelfverwonding nu de enige optie is. Maar dat is het niet. Er zijn zoveel andere manieren om de storm in je hoofd te stoppen. Schrijf, teken, sport, lach, schreeuw, dans, loop, spring gek in het rond, maar doe jezelf geen pijn. Doe jezelf geen pijn.

Ik zou het zo jammer vinden mocht jij jezelf nu verwonden. Er zijn zoveel andere opties, echt waar.

Ik geloof in je.

Ruim tien jaar lang heb ik diverse therapieën doorlopen. Ik ging met enkele psychologen op pad. Tijdens de eerste jaren van de therapie, bij een psychologe waar ik me niet goed bij voelde, zweeg ik. Ik weigerde te praten omdat het te eng was. Ik vertrouwde die -voor mij- wildvreemde vrouw niet. Ik vond haar vreemd en was te bang om te praten over wat me overkwam. Ik was tenslotte slechts dertien. Dus ik lachte vriendelijk tot het uurtje om was. Veel haalde ik er niet uit. Later kwamen er psychologen op mijn pad die ik wel in mijn hoofd toeliet. Omdat ik langzaam aan de muren ging afbreken. Het vertrouwen in de mensheid groeide. Tijdens mijn eerste opnames in kinderpsychiatrie, praatte ik wel een beetje. Maar veel loste ik niet. ik was nog steeds erg bang, ook al had ik al iets meer vertrouwen in de mensen om me heen.

Het is pas rond mijn negentiende dat ik echt ben beginnen praten. Na een mentale crash zat ik bij mijn nieuwe huisarts, en ik liet haar een tipje van de sluier zien, hoe het eraan toegaat in mijn hoofd. Zij schrok, en verwees me door naar een psycholoog. Dit is intussen vijf jaar geleden. Ik heb nog steeds een sterke band met die psychologe en zie haar ongeveer tweewekelijks. In november ben ik gestart in een centrum voor psychische revalidatie. Ik ben er tot januari geweest, tot de clusterhoofdpijn mijn leven weer zuur begon te maken. Sindsdien ben ik thuis. En dat is vreselijk, lege dagen voor de boeg hebben terwijl mijn hoofd zoveel ideeën heeft. Het lukt alleen niet. Mijn doelen zijn niet realistisch. En dat doet pijn.

Wat me wel opvalt, is dat ik het gevoel krijg dat ik ‘uitgepraat’ ben. Toch als het over ‘graven’ in een traumatische jeugd gaat. Ik wil niet meer met de rakel in m’n verleden wroeten. Ik wil vooruit. En daarom heb ik beslist dat het nu echt tijd is om te herstellen. Wat mijn dagindeling wordt binnenkort, dat weet ik niet. Of ik terug naar het revalidatiecentrum zal gaan of niet. Dat is allemaal nog niet duidelijk. Maar wat ik wel weet, is dat ik wil herstellen. Ik wil naar de laatste fase van m’n behandeling. Leren leven mét trauma in plaats van continu vechten tegen de gebeurtenissen.

Ik denk niet dat de flashbacks, nachtmerries, angsten en depressieve symptomen volledig zullen weggaan. Ze zullen milder worden, dat wel. Maar ik denk niet dat ik ooit onbezorgd en klachtenvrij zal zijn.

Wat herstel voor mij betekent, waar ik naartoe wil, daar schrijf ik later over. Maar in ieder geval kan ik zeggen dat ik er klaar voor ben.

Ik heb mezelf zo’n tien jaar lang opzettelijk verwond. Die jaren waren vreselijk. Ik denk er niet graag aan terug omdat ze veel verdriet en kwaadheid bij me teweegbrengen. Nu die tien woelige jaren achter de rug zijn, blijven de gevolgen van zelfverwonding wel aanwezig. De drang komt soms nog de kop opsteken, maar ik zoek andere manieren om ermee om te gaan. Ik schrijf en fotografeer over de zaken die in me omgaan. De angst, het verdriet en de kwaadheid die de trauma’s teweegbrengen, probeer ik in constructieve zaken om te zetten.

Men vraagt me vaak of ik spijt heb van alles, zoals de zelfverwonding. En eigenlijk heb ik er wel spijt van. Wat begon met die ene kras op mijn dertiende, eindigde in iets wat wel een verslaving kon genoemd worden. Er bestaat nog veel discussie of zelfverwonding verslavend is. Volgens mij is dit bij iedereen anders en heel individueel. Maar bij mij was er zeker wel een verslavingsaspect aanwezig. Zelfverwonding werd een drug voor mij. Wat begon met zelfverwonding om de traumatische herinneringen te verdringen, eindigde in krassen uit gewoonte. Bij negatieve emoties, eenzaamheid, angst, spannende momenten, verdriet,… Zelfverwonding had vele functies voor mij. Maar langzaam aan kreeg ik het gevoel dat ik niet meer terug kon. Het werd verslavend. Mezelf verwonden was de heroïne die anderen in hun aderen spuiten. Voor mij was het iets waar ik geregeld naar greep, omdat ik kickte op het verdovende effect.

Ik kan het niemand aanraden. Echt niet. Het begint met die ene verwonding en je denkt dat je nog terug kan, maar zo is het niet. Langzaam aan raak je gevangen in het web van de opluchting die het teweeg kan brengen. En er zijn zoveel constructieve manieren om met negatieve emoties, angst, spanning, wat dan ook om te gaan.

Ik heb er spijt van dat ik mezelf ooit verwond heb. Nu leef ik dagelijks met de littekens. Toen ik op de spoedgevallendienst kwam met een hersenschudding, haalde men er een psychiater bij omdat men dacht dat ik mezelf opzettelijk die kwetsuur had toegebracht. Wat helemaal niet waar was. Maar toch dacht men dat, eens de spoedarts de littekens zag, haalde hij een psychiater. Ook al ging het goed met me en verwondde ik mezelf niet meer.

De littekens zorgen voor stigmatiserende reacties. Maar naast eventuele littekens zijn er ook andere zaken waar je na zelfverwonding mee te kampen krijgt. Ik heb vrienden verloren, mensen die me heel nauw aan het hart lagen. Allemaal omdat ik niet begrepen werd en niet kon duidelijk maken wat ik wel nodig had. Een troostende arm rond mijn schouder, in plaats van berispende opmerkingen. Daarnaast hebben mijn studies ook lang op een laag pitje gestaan. Omdat ik door de zelfverwonding vaak opgenomen moest worden.

Natuurlijk komt zelfverwonding niet alleen. Het gaat vaak samen met hele moeilijke emoties en situaties. Ik verwondde mezelf niet voor het plezier. Het is daarom zo belangrijk om hulp te zoeken. Wees nooit te trots om hulp te zoeken. Het is zo jammer alleen te blijven met al je moeilijke gedachten en emoties. Mensen die professionele hulp zoeken zijn niet gek of wat dan ook. Ze hebben iemand nodig die luistert, die helpt zoeken hoe het anders kan, beter kan. En ook voor jou kan het anders, echt waar. Als je deze blog leest en je slecht voelt of jezelf verwondt, weet dan dat je er niet alleen voor staat. Zoek hulp. Bij de huisarts, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding, een psycholoog of psychiater,..

Het kan beter, anders. Echt waar. Ook voor jou.

Er sloop een monster in mijn hoofd, zijn naam was zelfverwonding

Al vanaf mijn vijfde levensjaar sloop er langzaam aan een dier in mijn hoofd. Geen mooi en schattig dier, niet pluizig en lief. Het was een monster, een lelijk exemplaar dan nog, dat zich langzaam aan in mijn brein nestelde. Ik werd regelmatig getraumatiseerd. Hierdoor vertelde het monster me dat ik minder waard was dan mijn vriendjes in de lagere school. Minder waard was dan mijn broer en zus. Regelmatig voelde ik een heel lage zelfwaardering. En doorheen de jaren werd dit enkel erger.

Op mijn elfde namen mijn ouders me mee naar een psycholoog. Ik had last van woedeaanvallen en opstandig gedrag, en daar maakten mijn ouders zich zorgen over. Ik had een hekel aan psychologen, dacht dat enkel gekke mensen erheen gingen. Ik dacht dat ik compleet losgeslagen was, van lotje getikt. Een psycholoog? Ik? Dat kon toch helemaal niet waar zijn. Eenmaal ik in het kantoortje van de strenge man zat, speelde ik toneel. Niemand mocht weten wat mij overkwam. Het moest een geheim blijven. De psycholoog zag niet dat ik toneel speelde, ik verwijt hem niets, toneel spelen kan ik nu eenmaal goed. En hij zei dat er niets aan de hand was met me. Dat mijn ouders alleen wat strenger moesten zijn op me.

Intussen gingen de trauma’s verder. Tot ik dertien was. Na een traumatische gebeurtenis was ik helemaal ondersteboven. Het monster sprak me toe, zei dat ik mezelf opzettelijk moest verwonden. En dat deed ik. Eerst voelde ik me opgelucht. Maar al snel kwam het schuldgevoel. Ik wist niets af van zelfverwonding, wist niet dat andere mensen dit ook deden. Ik zweeg, verborg de wondjes onder lange mouwen en zei niets.

Zo is het enkele jaren verder gegaan. Ik kon de wonden goed verborgen houden, en niemand wist iets. Het snijden gaf me een gevoel van opluchting. Alleen duurde dat gevoel maar enkele minuten. Al snel kwam de zelfhaat, de schaamte, het schuldgevoel. Ik durfde er met niemand over praten en dat was erg eenzaam, misschien wel de meest eenzame periode van mijn leven.

Op mijn veertiende, in het derde middelbaar, werden de krassen op mijn arm toevallig ontdekt tijdens de praktijkles op school. Een medeleerling zag het en sloeg alarm bij de klastitularis. Zo kwam ik bij de leerlingenbegeleider terecht. En daarna bij het CLB. Hoe goed die mensen me ook probeerden te helpen, ik liet hun hulp niet toe. Het geheim van de trauma’s woog te zwaar. Ik wilde niet dat zij het wisten.

Een jaar later, op mijn vijftiende, werd ik voor het eerst opgenomen. Ik had nog nooit een psychiater van dichtbij gezien, laat staan een speciaal geval als deze. De man had alles wat je als leek van een psychiater zou denken. Zonderling. Ik verbleef 18 weken op de afdeling voor kinderpsychiatrie. Eindelijk kon ik praten over de trauma’s, tot in hoeverre dat lukte. Toch bleef ik voorzichtig. Ik was bang dat men mij niet zou geloven. Bang om afgewezen te worden. Daarna volgden nog enkele jaren vol opnames. Hier schrijf ik niet graag over omdat ze voor mij niet zo prettig waren. Ik strooi liever optimisme in het rond, dan dat ik pessimistisch blijf.

Gelukkig trof ik op mijn negentiende een psychologe die me begreep. Omdat ik dan volwassen was, voelde ik me veel autonomer en kon ik zélf beslissen wat er met mijn verhaal gebeurde. De eerste gesprekken bij de psychologe waren niet gemakkelijk. Ik probeerde de moeilijke onderwerpen te vermijden, en ging mezelf veel vrolijker voordoen dan ik was.

Nu ligt het eerste gesprek bij de psychologe vier jaar achter me. Het gaat beter met me. Ik ga niet zeggen dat alles al perfect gaat. Maar wat is perfectie, bestaat dat, en moet je dan per se perfect zijn. Voor mij is de middenmoot goed genoeg. Zo lang de diepe dalen afwezig zijn, ben ik al heel tevreden.

Het monster zit nog steeds in mijn hoofd, dat moet ik wel bekennen. Ook al ben ik nu getrouwd met de liefste van de wereld. Toch blijft het monster aanwezig. Het blijft vechten om mezelf niet meer te verwonden, maar het lukt. Mijn leven is er zoveel mooier op geworden, doorheen de jaren. Van een heel onveilige situatie naar een veilige thuis. Ik had nooit durven dromen dat ik ooit ging staan waar ik nu sta: getrouwd, aan het studeren, en met vele hobby’s.

Het is mogelijk, ook voor jou!

Ook jij kan ons je herstelverhaal of blog doorsturen op buddy@verwonderd.be.