dinsdag, 22 mei 2018 20:34

De kunst van het foert zeggen

Geschreven door
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Laten we met de deur in huis vallen: ik ben kritisch. Tegenover mezelf vooral. Na een gesprek kan ik eigen woorden en daden urenlang analyseren in de zin van: ‘heb ik wel het juiste gezegd?’ Daarnaast ben ik de moraalridder en ethicus als het op eigen gedrag aankomt. Ik moet naar de normen die ik mezelf opleg handelen. Altijd goed doen. Voor iedereen. Dat is knap lastig. De innerlijke criticaster is doorheen de jaren al veel milder geworden. Steeds vaker leer ik ‘foert’ zeggen. Maar het blijft een kwetsbaarheid. Dat ik altijd goed wil doen, en daarbij mezelf soms vergeet.

Zo zeg ik soms afspraakjes last-minute af omdat ik last heb van vermoeidheid, de clusterhoofdpijn of omdat het gewoon niet gaat. En echte vrienden begrijpen dit wel. Desalniettemin voelt het vaak wel rot. Omdat ik dan niet handel naar wat voor een ander het best is, maar wel naar wat voor mezelf beter is: thuisblijven. En dat strookt niet met mijn wens, bijna dwang om voor de grote ander perfect te zijn.

Jarenlang heb ik mezelf weggecijferd. Ik was extreem perfectionistisch en legde mezelf lam door torenhoge eisen. Drieëntachtig procent op mijn eindwerk in het middelbaar was niet voldoende, ik wilde het opnieuw maken. Omdat ik het gevoel had niet perfect te zijn. Ook hier verlamde ik mezelf door de angst om niet voldoende te zijn. Om tekort te doen.

Meestal bezig zijn met ‘wat de mensen zouden denken.’ Toen ik in de kleuterklas per ongeluk een plastic mes stal -ik had het in mijn broekzak laten zitten na het spelen- heb ik nachtenlang wakker gelegen omdat ik dacht dat de juf me een dief zou vinden. Zo vroeg zat de kunst van het piekeren er al in. De vaardigheid van het loslaten, is nog steeds als een zaadje aan het ontspringen in mijn hoofd. Het komt wel met ouder te worden, die mildheid tegenover mezelf. Maar het blijft een kwetsbaar punt. Denken dat ik tekort doe. Tekort ben. Niet voldoende ben voor een ander.

Mijn studies in het hoger onderwijs zijn niet gelukt. Eerst studeerde ik journalistiek, daarna geschiedenis, en in beiden ‘faalde’ ik. Ik zet ‘falen’ tussen knoerten van aanhalingstekens omdat ik onwijs veel geleerd heb over mezelf tijdens die korte periode van studeren. Ik ben met mijn kop tegen de muur geknald, herhaaldelijk, en ik heb geleerd dat de druk van een hogeschool- of universiteitsstudie voorlopig nog te zwaar is voor me. Intellectueel lukt het. Maar zodra ik ‘moet’ presteren, leg ik mezelf lam. Ik heb mezelf vervloekt en gehaat om die ‘mislukte’ studies. Maar later ben ik gaan relativeren tegenover mezelf. Ik heb voldoende meegemaakt om even rust te verdienen. Om even op adem te komen. Dus ik zeg even ‘foert’. Hoeveel zeer het ook doet dat ik voorlopig nog geen diploma hoger onderwijs op zak heb.

Ik geraak er ook wel. En de innerlijke criticus daalt tot een aanvaardbaar niveau. Ik wil u hoop geven. Meer schuilt in u.

Nu zeg ik voor u allen luidop ‘foert’.

Met enige bibbering in mijn stem.

Maar het mag. ‘Foert’ zeggen mag.

Gelezen: 949 keer Laatst aangepast op donderdag, 24 mei 2018 09:02

Ook jij kan ons je herstelverhaal of blog doorsturen op blog@verwonderd.be.