Een tijd geleden was het 1 maart. Complimentendag in België, maar veel minder bekend is het ook self-injury awareness day.  Zelfverwonding, voor velen toch nog een eng woord en een onderwerp om uit de weg te gaan. Dat snap ik, want op zich is het best raar als je er over nadenkt. Maar door dingen uit de weg te gaan, groeit het gewoon verder achter de schermen. Mensen die aan zelfbeschadiging doen, ervaren soms intense innerlijke pijn, of voelen misschien juist niet veel meer. Het is een vorm van destructieve coping (= omgaan met emoties, gedachten, etc...) die mensen om verschillende redenen kunnen toepassen. Ik strijd er al jaren mee en heb al ontzettend veel redenen gehad. Van te veel voelen tot niet meer voelen tot intense zelfhaat. Wat ik daarover kan zeggen, is dat het het enkel erger maakt. Zelfverwonding is een hel en het gaat tot niets goeds leiden.

Maar ja, wat als het al gebeurd is en het nu op je lijf staat. Want ik ben ondertussen wel gestopt, maar na enkele jaren heeft het sporen nagelaten. Het is niet nieuw dat er een stigma is rond psychische problemen en hoewel we problemen als angst en depressie bespreekbaar proberen te maken (en er nog heel wat andere psychische problematieken zijn om bespreekbaar te maken) wordt er naar mijn idee niet heel veel gesproken over zelfverwonding en dan nog vooral wat met de mogelijke gevolgen.

Want ja, kijk, het is niet mooi, maar moet ik me voor eeuwig verbergen omdat er periodes in mijn leven zijn geweest waarop ik het écht niet meer kon en ik geen enkele andere manier van ontsnappen vond? (lees: ontsnappen is gewoon niet de way to go). Nee. Echt gewoon 1 grote ‘Nee’. Het is anders en het kan confronterend zijn, misschien zet het je tot nadenken, misschien vind je het lelijk, misschien wil je niet dat het iemand beïnvloedt. Dat snap ik. Maar het is ook niet oké om te verwachten dat iemand zich voor eeuwig verstopt, zeker als ruimte kunnen en leren opnemen zo belangrijk is. Ondertussen oefen ik af en toe met littekens bloot te laten. Want zo voelt het ook: bloot. Met de pijn op je lijf. Ik houd wel rekening met in welke situaties ik dat doe en met welke doelgroepen ik in contact kom. Want ook dat is belangrijk. Ik probeer voorbereid te zijn op vragen die mogelijks komen, ook al hoop ik meestal dat mensen het gewoon zien, weten wat het is en het laten voor wat het is. Want het zijn littekens, de pijn is voor een deel al voorbij. En wat er op mijn lichaam staat is eigenlijk niemands zaak buiten die van mij.

Bij deze dus, neem ik wat ruimte op en hopelijk wat stigma mee.

Het waarom van zelfverwonding

Waarom doet iemand zichzelf opzettelijk pijn? Dat is een vraag die ik regelmatig krijg. Een standaard antwoord dat ik zou kunnen geven is “Omdat de fysieke pijn draaglijker is dan de emotionele pijn.” Dat klopt wel denk ik. Toch is dat maar een deel van het verhaal, voor mij althans. Ik wil jullie graag even mee nemen in mijn waarom van zelfverwonding.

Bij mij begon mijn zelfverwonding na een traumatische gebeurtenis. Wat ik toen meemaakte kreeg ik niet uitgedrukt in woorden. De pijn, de woede, het verdriet, dat kreeg ik niet uitgedrukt in woorden. Dat voor mij, is de kern van waarom ik mezelf ging verwonden. Wat ik dacht en voelde, dat kon ik met geen mogelijkheid aan de buitenwereld laten weten. Niet met woorden en al zeker niet luidop gezegd. Bovendien was er een overheersende angst voor wat er zou gebeuren moest ik wel vertellen wat er in me omging. Wat ik zou proberen, zo voelde het toch, zou niet lukken of helpen. Dus waarom zou ik dat doen? Toch moesten die emoties, die vaak allesoverheersend waren er op een of andere manier uit. Op sommige momenten – en nu soms nog – voel ik me net een bom die op springen staat. Letterlijk. De spanning was dan zo groot dat ik het gevoel had dat mijn hoofd zou ontploffen van alle gevoelens en gedachten die erin zaten. De druk moest van en uit mijn hoofd. Door mezelf pijn te doen stopten mijn gedachten even en kwamen de gevoelens waar ik zo hard mee aan het vechten was naar buiten. Door mezelf pijn te doen kon ik me, al was het maar één minuut, ontspannen. In de periode dat ik mezelf verwondde was ik namelijk bereid om alles te geven zodat mijn hoofd 1 seconde stil was. Meer had ik niet nodig. Nu kan ik vanop een afstand naar mijn zelfverwonding kijken en zie ik voor mezelf 2 belangrijke functies.

De eerste is met een mooi en moeilijk woord emotieregulatie. Anders gezegd het kunnen omgaan met emoties. Dat kon ik niet. Ik had er geen taal voor en mijn emoties kwamen in zo’n sterke golven dat ze naar mijn gevoel niet te reguleren waren met de taal die ik ervoor had. De tweede functie heb ik nog niet beschreven. Ze wordt vaak als iets negatief gezien en liever niet benoemt. Toch vind ik het belangrijk om net die functie van mijn zelfverwonding te benoemen. Mezelf pijn doen zorgde ervoor dat mensen gingen opmerken dat het niet goed met mij ging. Door mezelf te verwonden kon ik met anderen communiceren. Heel hard gezegd, zoals het vaak beschreven wordt door anderen, kreeg ik er aandacht door. Door mezelf pijn te doen zorgde ik ervoor dat ik aandacht van anderen kreeg. Heel controversieel topic, maar voor mij is het dat niet. Het hangt samen met de emotieregulatie. Hopelijk is mijn gedachtengang hierrond wat te volgen. Ik kon mijn emoties en mijn gedachten niet verwoorden, maar wat heel duidelijk was was dat ik me ontzettend slecht voelde. Ik zocht in die periode enorm hard naar een manier om dat aan anderen duidelijk te maken en tegelijkertijd mijn gevoelens ook draaglijk te maken. Daar waar zelfverwonding me hielp om die emoties draaglijk te maken, merkte ik al snel op dat ik op die manier ook een signaal gaf aan mijn omgeving. Het signaal dat het niet goed ging en dat ik hulp nodig had van anderen. Niet veel mensen willen dit zeggen, maar ik doe het wel. Op sommige momenten voelde ik me verbaal te zwak om aan te geven dat het niet goed ging. Op sommige van die momenten ging ik mezelf verwonden en hoopte ik vaak dat anderen het zouden opmerken. Dat ze me zouden vragen wat er aan de hand was zodat ik kon praten. Niet dat ik het fijn vond als anderen het opmerkte. Helemaal niet, ik was doodsbang dat iemand het zou zien, maar soms hoopte ik van wel. Zo voelde ik me toch niet meer helemaal alleen en kreeg ik uitgelegd dat het niet goed ging met mij.

Hoewel op sommige vlakken zelfverwonding me dus in staat stelde om te communiceren met anderen, is zelfverwonding iets waar ik tot op de dag van vandaag moeite mee heb. Voor mezelf benoem ik zelfverwonding wel eens als een verslaving. Voor sommige voelt dit zo, voor anderen helemaal niet. Voor mij wel vanwege het opgeluchte gevoel dat ik kreeg wanneer ik mezelf verwonde. Dat blijft een grote strijd voor mij. Waarmee ik ook wil aangeven dat als ik terug in de tijd had kunnen gaan, dat ik voor mezelf een andere manier zou willen zoeken om met die moeilijke gevoelens om te gaan. Dat zou ik mezelf toewensen en wil dat aan anderen aanraden voordat ze starten met zelfverwonding. Leer praten en delen over wat moeilijk gaat en zoek een gezonde manier om met emoties om te gaan.

Dag Charlotte,

Het is al even geleden dat ik je nog eens schreef, en deze brief zal anders zijn dan voorheen. Lees deze brief wanneer je twijfelt aan jezelf, of je weer eens denkt dat je niet vooruit zal geraken.

Je kon je niet meer herinneren of je ooit gelukkig was, jezelf kon aanvaarden, het gevoel had dat je OK bent zoals je bent. Je had een moeilijke tijd, toen, en ook daarna. Je vergat wie je was, wat je waarden en krachten waren. Je vergat dat je waarden en grenzen mocht hebben, je verloor jezelf in je nood geliefd en goed genoeg te zijn. Dit niet kunnen aanvaarden van jezelf leidde tot jaren van vluchtgedrag, je probeerde eigenlijk weg te lopen van jezelf, en jouw verleden. Je greep elke kans om niet het gevoel te hebben in je eigen vel te moeten leven. Je probeerde je eigen leven meerdere keren te beëindigen, bewust en onbewust. Je geloofde niet dat praten nog een oplossing kon bieden, dat mensen zouden luisteren, of je geloven. Je geloofde niet meer dat je mocht zijn, zonder meer. Je probeerde te voldoen aan de verwachtingen die andere mensen hadden, maar botste elke keer op hindernissen, en het onvermijdelijke gevoel niet goed genoeg te zijn. Je wist niet hoe je hier verandering in kon brengen.

En dan was het zover. Na decennialang vast te zitten in je jeugdtrauma’s en je aangeleerde overlevingsmechanismen besefte je dat autodestructie en vluchtgedrag je niet verder hadden gebracht, en je was het beu. Beu jezelf niet te willen zijn, beu jezelf te willen vernietigen, beu telkens die sociale contacten op te zoeken die gedoemd waren om je negatief zelfbeeld te bevestigen, beu anderen te willen helpen ten koste van jezelf. Beu jezelf steeds weer te saboteren in je persoonlijke groei. Het was tijd voor verandering.

Stap voor stap pakte je de verschillende problemen aan, werkte je toe naar een gezonder leven, naar het herontdekken van jezelf. En dit ging niet altijd even vlot, je botste op je oude mythes en ervaringen, wat deze met je doen. Je verliest soms uit het oog hoe ver je bent gekomen sinds je dat kleine, bange, stille meisje was; die vogel voor de kat. En omdat dit soms sterker is dan jezelf zal ik even kort schetsen wat er anders is.

Je bent intussen 33 jaar, en volwassen. Je kan opkomen voor jezelf, al voelt dit soms nog onwennig en enorm angstaanjagend. Je zet in op verbale communicatie, al is dat soms het laatste wat je wilt doen. Je voelt niet langer een constante drang om jezelf te beschadigen of vernietigen. Je bent niet alleen ver voorbij die 18 jaar die onhaalbaar leek, maar zelfs voorbij de 30, en je leeft nog. Je hebt veel meegemaakt, en hierdoor veel ervaring opgedaan. Je herkent je eigen patronen, en bent steeds meer in staat om deze te doorbreken. Je begint in te zien dat je veel meer kan dan je wou geloven, al moet je er soms hard voor werken. Je begint te begrijpen dat je de wilskracht en het doorzettingsvermogen bezit om dit harde werk vol te houden, en in te zien dat deze vruchten afwerpen. Stap voor stap blijf je opbouwen naar een nieuwe fase in je leven: deze van herstel en veerkracht. Je hebt je uitstelgedrag leren herkennen en beheersen. Je herkent je drang om lastige situaties te vermijden of ontwijken en beseft dat deze je niet vooruit zal helpen. Je kan tegengesteld handelen, gebaseerd op je kennis over je eigen gedachten- en gedragspatronen en de gevolgen hiervan.

Je weet intussen dat nergens vaststaat in steen wat je wel en niet kan bereiken, zo lang je eerlijk kan zijn met jezelf rond wat je wilt en wat je nodig hebt om verder te kunnen. Je mag best trots zijn op je parcours, alle vallen en opstaan. En bovenal: het terug leren geloven in jezelf en je eigen mogelijkheden. Dus lieve Charlotte, hou vol, niemand zei dat het gemakkelijk zou zijn, maar laten we even eerlijk zijn met onszelf: het was hiervoor ook helemaal niet gemakkelijk. Je kan meer aan dan je denkt. Je mag er zijn, al geloof je dit misschien nog niet helemaal. Je doet je best, en je deed dat hiervoor ook. Je hoeft je niet langer te schamen of schuldig te voelen over je fouten in het verleden, jouw aangeleerde overlevingsmechanismen, je jeugdige onwetendheid.

Dit is nu, en nu ben je echt goed bezig. Hou vol. De dingen zullen veranderen, er zullen nog moeilijke momenten komen, maar je slaat je er wel door. Je hebt al voor hetere vuren gestaan. Je komt van ver, en je wilt nog verder. Je krijgt de nodige steun en liefde van de mensen die het belangrijkste voor je zijn, al heb je het soms moeilijk om dit te aanvaarden. Stop met afbreuk te willen doen aan het positieve, blijf aandachtig. Samen komen we er wel.

This too shall pass. Je bent niet langer alleen, je kan rekenen op mij, het deel van jezelf dat je dacht kwijt te zijn. Ik blijf hier, al zie je me even niet. En ik geloof in jou.

Wees dankbaar voor de weg die je hebt afgelegd, en vergeet niet dat dit al heel wat is. Moeilijke dagen zullen er altijd zijn in een mensenleven, morgen is er nog een dag. En dan gaan we verder, vertrouwend op de aangeleerde vaardigheden en onszelf.

Met liefdevolle, vriendelijke groeten,

Ik, jij, wij.

 

I hate nothing about you

So, I close my eyes to old ends and open my heart to new beginnings

Mijn leven is veranderd.  Veel veranderd. Ik heb de stap uit psychiatrie gemaakt en ben alleen gaan wonen. Dat is allemaal heel spannend en leuk, maar er zijn ook wat mindere kanten.

Als je opgenomen bent, heb je altijd een beetje beveiliging. Regels zoals “geen scherpe voorwerpen of medicatie in eigen bezit” maken het voor mij een beetje gemakkelijker. De verleiding is minder groot en het wordt moeilijker om eens een verkeerde stap te zetten. Nu ik alleen woon, is dit helemaal veranderd.

In een huis heb je allerlei verleidingen die je nu eenmaal niet kan vermijden. Maar hoe ga je daarmee om? In het begin had ik het er zeer moeilijk mee, want ineens heb je alles binnen handbereik en het oh zo veilige gevoel dat dat mij vroeger gaf, was nu ineens zeer rap weg. Het werd zelfs vervangen door een zeer ONveilig gevoel. Het werd met momenten bedreigend in mijn ogen. Ik keek er dus vanuit deze visie wat tegenop. Gelukkig is dat al een heel stuk verminderd. Ik weet dat het er ligt, maar daarvoor ga ik niet noodzakelijk de link leggen.

Het leven dat ik nu opbouw is eentje zonder psychiatrie en zelfverwonding. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet alert ben of moet zijn. Een herval is altijd mogelijk en dit houd ik dan ook heel goed in mijn achterhoofd! Ik heb er wel wat schrik voor, zeker nu ik er op dat vlak alleen voor sta. Maar dit houdt me niet tegen om voor mijn nieuwe leven te vechten. De strijd stopt niet, want zelfverwonding blijft een deel van mijn leven. Ik ben nu misschien 3 maanden clean, maar elke dag is het knokken.

Ik ben sterker dan ik soms denk. Yes I can!

Dikke kus,

Margot

Soms verlang ik naar een opname maar ik schaam me daar best voor. Dus vroeger onderdrukte ik die gedachte en geraakte ik in de knoei met mezelf. Tot mijn therapeut me erop wees of ik wel echt verlangde naar een opname of was het iets anders waar ik nood aan had dat ik linkte aan een opname? Dat heeft mij aan het denken gezet.

Soms verlang ik naar een opname om te kunnen ontsnappen aan de verantwoordelijkheden (werk, school, huishouden, enz.) Eventjes niet moeten… Meestal heb ik dat gevoel als ik overprikkeld ben. Dan is het belangrijk dat ik voor mezelf zorg, dat ik voldoende me-time en ontspanning inlas tijdens de dag.
In een opname hoef je ook niet ‘een masker’ op te zetten, kan je je slecht voelen en je even laten gaan. Maar waarom zou dat ook niet mogen daarbuiten? Waarom zou je niet mogen zeggen: “Vandaag even niet. Ik voel mij niet goed.” Wat zou er gebeuren als je op je werk/school eens niet 110% presteert? Als ze er dan toch iets van zeggen, vertel dan gewoon dat je een baaldag hebt.
Soms denk ik ook dat ik in een opname rust, geborgenheid en veiligheid zal vinden omdat ik dat gevoel daar ooit gehad heb. Maar dan ben ik een opname aan het idealiseren. Er is niet altijd rust, geborgenheid en veiligheid tijdens een opname, dat is slechts een momentopname. En is het niet belangrijk om die gevoelen ook te kunnen ervaren in de thuissituatie en uit te zoeken hoe dat kan voor jou?

Het is dus niet abnormaal dat ik soms verlang naar een opname, het is ook niet iets waarvoor ik me hoef te schamen en te onderdrukken. Daarentegen moet ik leren luisteren naar mijn lichaam waar ik op dat moment behoefte aan heb en uitzoeken wat ik in de thuissituatie nodig heb om aan die nood te voldoen. Dit is echter een leerproces dat met vallen en opstaan zal verlopen. Wees niet te streng voor jezelf als het niet meteen lukt.

Herkennen jullie je in dit verhaal?

Liefs,

AnimalLover

‘’I don’t know why I do it every time. It's only when I'm lonely. Sometimes I just want to cave and I don't want to fight. I try and I try and I try… Just hold me, I’m lonely.’’

Deze blog schrijf ik met trillende handen en met een klein hart. Tranen in mijn ogen omdat het weer zover is.

Soms begrijp ik niet wat me overkomt. Een paar weken gaat het goed, dan weer slecht.
Angsten en slechte gedachten die me 24/24 achtervolgen.
Het is een kunst om telkens opnieuw hetzelfde voor te hebben en er niets mee te doen. Therapie is te vermoeiend en na mijn werk heb ik daar echt geen zin meer in.
Het doet gewoon ook te veel pijn om het verleden achter mij te laten. Ook mijn omgeving levert weinig begrip op voor mijn angst- en eetstoornis. Ik kan gewoon maar geen afscheid nemen van alles wat zelfdestructief is. Maar ik weet dat ik hier ooit eens verandering in zal moeten brengen. Ik mag niet opgeven. Maar ik kan het gewoon echt niet meer alleen.

Ik ben vandaag gefaald. Het snijden is terug na 4 maanden ‘clean’ geweest te zijn. Ik ben al enkele weken depressief en slaap amper. De paar uurtjes slaap die ik toch heb, zijn weinig verkwikkend. Nachtmerries over mijn angsten keren herhaaldelijk terug. Ik word huilend wakker en ben dan doodmoe. Mijn dagen gaan traag voorbij en het voelt allemaal even te veel aan.

Herstel probeer ik na te streven, maar het gaat moeilijk in een wereld die zoveel druk op mijn schouders zet. Ben ik wel goed genoeg voor dit leven? Zou het niet beter zijn als men van me af is? Wat met een nutteloos leven zoals het mijne? Deze vragen zitten iedere seconde van de dag door mijn hoofd te spoken.

En toch sta ik hier nog, na reeds 9 jaar dit gevecht aan te gaan met mezelf. Herstel lijkt mijlenver vanaf hier. Maar ik zal blijven doorzetten, voor de weinige hoop die nog rest. En voor mijn omgeving. Mijn wonden zullen straks helen en morgen start ik opnieuw met een schone lei. In de hoop dat alles ooit eens beter zal gaan. In de hoop dat de kunst van het hervallen zich zal keren in de kunst van het herstellen.

Door F.

Hersenspinsels #4

Geschreven door

Je kent het wel. Je moet iets doen. Je moet presteren. De perfecte moment om extra aan jezelf te beginnen twijfelen. Een moment dat je niet weet of je de capaciteiten wel hebt om in je opdracht te slagen. Of het nu een examen is, een therapiesessie of iets helemaal anders, ieder van ons heeft het wel eens meegemaakt. Faalangst. Ikzelf heb er zeer veel last van. Angst om niet goed genoeg te zijn of om het niet goed genoeg te doen. Het zorgt voor ongelooflijk veel stress. En meestal zorgt het er ook voor dat ik al faal voor ik begin. Het is dus een moeilijk gegeven. De onzekerheid die er bij mij mee in speelt is vaak ondraaglijk. Vaak super lastig. Mijn hart klopt sneller en men handen gaan beven. Ik begin allerlei doemscenario's in mijn hoofd te steken en word daardoor nog angstiger. Faalangst is dus alles behalve leuk en aangenaam. Hoe ga ik ermee om? Ik toets vaak af bij anderen of ik juist bezig ben. Ik heb bevestiging nodig. Ik zeg het ook duidelijk. Dat ik bang ben om het niet goed te doen. Dat ik onzeker ben. Het begrip is dan groter bij anderen dan dat je het verbergt. Ik probeer dus om mezelf erover te zetten. Om mezelf NIET te laten falen voor ik eraan begin. Ik doe mijn best. Dikke kus Margot

Iedereen probeert telkens opnieuw de passende afleiding te zoeken wanneer de drang tot zelfverwonding de kop weer op steekt. Vaak is dat een hele zoektocht en gaat dat gepaard met trail and error. Soms werkt een afleidingsmethode, soms niet. Ik vind de zoektocht naar een gepast alternatief moeilijk. Vaak probeer ik mijn gedachten ergens anders op te focussen door bijvoorbeeld kruiswoordraadsels in te vullen, maar daar kom ik lang niet altijd toe. Als de stemmen in mijn hoofd te luid roepen, dan kan ik niet eens mijn focus verleggen. Dat is waarschijnlijk bij de meerderheid van ons het geval.

Telkens wanneer je denkt dat je een manier hebt gevonden om jezelf af te leiden, blijkt die methode al niet meer te werken. Het is vooral belangrijk dat je (eventueel samen met een psycholoog of zo) op zoek gaat naar wat jou het beste helpt. Dat probeerde ik ook. Samen met mijn psycholoog probeerden we tientallen methodes uit, maar niets was sterk genoeg om de stemmen in mijn hoofd te overmeesteren.  Tot op de dag dat ik ontdekte dat de beste hulpverleners al jaren trouw aan mijn zijde staan: mijn dieren.

Gaandeweg ging ik met mijn dieren aan de slag als methode om zelfverwondingsdrang tegen te gaan. Zoals jullie wel weten verloopt het experimenteren altijd met ups en downs, maar de dieren zorgden ervoor dat ik een uitlaatklep vond. Ze vormen een steun voor me die ik niet kan missen. Daarom heb ik dan ook ‘een hele zoo’ zoals mensen het wel eens noemen (tot grote frustratie van mijn ouders J ). Een hamster, paarden, vogels, vissen en een hond. Een hele hoop therapeuten dus. Vind ik geen rust bij mijn hamster, dan vind ik misschien wel rust bij mijn hond.

Dieren geven altijd de liefde die je nodig hebt. Eens ze je vertrouwen staan ze voortdurend aan je zijde en doen ze er alles aan om je weer op weg te helpen. Bovendien bieden ze troost en luisteren ze altijd met volle aandacht, wat je van mensen niet altijd kan zeggen. Daarom is het zo’n goed alternatief voor automutilatie.

Heb jij al eens ‘geëxperimenteerd’ met dieren? Zeker doen! Meestal zijn het de beste hulpverleners. Zo nam ik mijn hond zelfs mee naar school toen ik niet meer op school raakte. Ze gaf me de rust en een veilig gevoel. En precies dat doet wonderen.

Heb je zelf geen dieren? Waarom maak je niet eens een wandeling met een asielhondje? Jij kan je gedachtes verzetten en je maakt er bovendien iemand zéér gelukkig mee. De dankbaarheid die je van een asielhondje kan krijgen, maakt direct je dag wat beter. Lukt het even niet om je huis te verlaten? Even in de tuin zitten en kijken naar de voorbijvliegende vogels is misschien wel een optie. Fan van paarden? Wat dacht je van therapie met deze magische beesten? Ze voelen sneller dan jijzelf hoe je je voelt en gaan daar dan ook op reageren. Dat klinkt misschien niet echt comfortabel, maar je leert er onbekende stukjes van jezelf kennen. Bovendien ga je steviger in je eigen schoenen staan.

Lieve jij, probeer te zoeken naar wat voor jou het beste helpt, want ooit zal je zoektocht beloond worden. Helpen dieren niet voor jou, dan vind je vast wel iets anders dat je meer ligt. Je verdient het om van je eigen lichaam te houden en trots te zijn op wie je bent, want je bent het echt wel waard!

In verschillende residentiële afdelingen waar ik verbleef, onder andere twee paaz-afdelingen, werd zelfverwonding verboden. Ze werkten er met een systeem van ‘gele kaarten’. Verwondde je jezelf één keer, dan kreeg je een gele kaart. De tweede keer had je een rode kaart aan je been, en werd je op ontslag gestuurd. Door het gedrag te verbieden, dacht men dat ik het niet meer zou doen. Wat dus niet werkte.

Ik verwondde mezelf en biechtte dit met veel schaamte op aan een verpleegkundige. Ze zei letterlijk: ‘als je aandacht nodig hebt, kom het gewoon zeggen.’ Ik was verbouwereerd en stamelde dat zelfverwonding veel functies kan hebben. Zoals het zichzelf afreageren, zelfbestraffing, psychische pijn omzetten in lichamelijke,…’ Ze zei: ‘ik werk hier al dertig jaar en weet dat jullie dit puur voor de aandacht doen.’ Dit kwetste me enorm.

Voortaan ging ik mezelf dus stiekem verwonden. Ik schaamde me teveel en wilde geen dergelijke reacties meer krijgen, of op ontslag gestuurd worden. Dus ik deed het in het geniep. De wonden liet ik niet verzorgen, waardoor ze lelijk infecteerden, en ik zorgde niet voor mezelf. De schaamte en het schuldgevoel waren zo groot. Verdiende ik wel dat verpleegkundigen hun tijd in mij staken? Verdiende ik hun zorg wel? En waarom werd ik als een aandachtzoeker afgeschilderd? De kennis over opzettelijke zelfverwonding was gering in deze instanties. Achteraf gezien heeft deze aanpak mij totaal niet geholpen. Ik ging mezelf enkel ernstiger verwonden, en voelde steeds meer schaamte om medische en psychologische hulp te zoeken.

Tijdens een volgende opname op diezelfde afdeling, luidde het dreigement dat ik ‘in de isoleercel zou belanden als ik mezelf nog sneed.’ Opnieuw ging ik het stiekem doen. De drang was zo groot en als het bij hulpverlening niet bespreekbaar was, dan loste ik het wel op mijn manier op. Het was een eenzame periode. Ik was opgenomen om hulp te krijgen, maar die ondersteuning was er gewoon niet voldoende. Of niet op de manier die ik nodig had.

Achteraf gezien ben ik best wel kwaad. Ik had nood aan een ander beleid. Ik had geen baat bij stigmatiserende reacties over mensen die zichzelf verwonden. Ik had geen nood aan gebrekkige wondzorg omdat ik ‘het toch zelf had gedaan.’ Ik had nood aan respect. Aan zorg.

Deze ervaring heeft me meer geschaad dan dat ik er baat bij had.

Gelukkig ben ik nu omringd door een team van hulpverleners die het anders aanpakt. Ze juichen zelfverwonding niet toe, maar ze verbieden het ook niet. Ze gaan samen met mij op zoek naar manieren hoe het anders kan. En dat helpt.

Wat zijn jouw ervaringen met het al dan niet verbieden van zelfverwonding?

Hersenspinsels #3

Geschreven door

Ik ben zaterdag naar de zee geweest, mijn oma, opa en ik hebben zeven kilometer gewandeld. Het was warm. De zon scheen fel, er waren amper wolken te bespeuren en het water had een perfecte temperatuur om erdoor te wandelen.

Maar de opgave lag natuurlijk ergens helemaal anders. Het was wel lang geleden dat ik nog onder de mensen gekomen was, dat ik nog mezelf getoond heb in het openbaar. Het was overweldigend om weer onder de mensen te komen. Het voelde heel even alsof de menigte helemaal op mij af kwam (het was nochtans niet zó ontzettend druk), maar het was veel prikkels in één. Het voelde alsof iedereen naar me keek. En dat zal misschien ook wel zo geweest zijn, want ik had een topje en short aan. Als in: al mijn littekens en onzekere deeltjes van mijn lichaam waren te zien voor iedereen. Achteraf voelde ik me trots, maar tijdens de wandeling en toen we op het terrasje zaten voelde het redelijk ongemakkelijk.

Ik kon me in het begin heel moeilijk niet focussen op de mensen die keken. Maar door te babbelen met oma en opa, mijn hoofd een klein beetje uit te schakelen en met mijn hele zijn te genieten, lukte dit al stukken beter. Het blijft onwennig, weet je? Mensen kijken. Maar de meeste mensen kijken niet om te kijken, maar kijken omdat ze gewoon niet snappen of kennen. Ze weten er niets over behalve de verkeerde dingen. (Als in: Dat ik gevaarlijk ben, en gek)

Ik was ook ontzettend onzeker over mijn lichaam. Wat ik steeds ben bij korte broeken en topjes. Ik vind dat je dan elk stukje van mijn lichaam ziet dat té dik, té lelijk, niet strak genoeg is. Maar wat ik ook weet, is dat die onzekerheid vooral tussen mijn oren zit. Ik ben wie ik ben, en eigenlijk zou ik trots moeten zijn waar dit lichaam al overal doorheen heeft moeten gaan en er toch nog staat. Ik heb gevechten gewonnen én verloren. Maar dat wil niets zeggen.

Ik heb genoten. Laat dat het belangrijkste zijn. Ik heb mijn hoofd kunnen leegmaken en mijn zorgen kunnen laten wegvoeren met de stroming van de zee. De zee was redelijk rustig. Net als ik. En het deed deugd, heel veel deugd om even niet te hoeven piekeren en om mezelf het even toe te laten dat ik me goed voelde. Ik was vooral doodmoe achteraf. Maar ook dat is oké. Want ik ben het niet meer gewoon. Het is oké om achter een drukke dag de zetel in te duiken en niets meer te doen. Het is oké dat ik mezelf een zalige douche gegund heb en niet heb stilgestaan bij eventuele gevaren. Het is oké dat ik genoten heb.

Ik heb een schitterend weekend achter de rug. En ik ben moe maar tevreden. Ik mag er trots op zijn hoe ik mij door dit toch drukke weekend gesleept heb. En toch nog kunnen genieten heb! Want even ter informatie: Ik ben zeven dagen clean. En dat lijkt misschien niet lang, maar voor mij is dit een grote stap, een grote stap in de goeie richting. En ik ben trots. Trots op mezelf. Heel even, maar heel intens. Ik mag dit. Ik mag mezelf positiviteit gunnen. Het is oké.

Hoe ga jij om met eventuele littekens, onzekerheid en de zomer?

Dikke kus,

Margot

Ook jij kan ons je herstelverhaal of blog doorsturen op info@verwonderd.be.