De besmettelijkheid van zelfverwonding

Geschreven door

Als dertienjarige begon ik mezelf te verwonden. Aanvankelijk waren de fysieke wonden die ik mezelf toebracht, nog niet zo 'ernstig'. Toch wil ik benadrukken dat de ernst van de -puur fysieke- wonden volgens mij weinig zegt over de ernst van het psychische leed dat eronder zit. Volgens mij is iedere zelfverwonding erg en serieus, ongeacht de diepte of ernst van de wonden. Hoe 'erg' de wonden zijn, zegt niets over de krassen en littekens op je hart.

Toch merkte ik in psychiatrie, voornamelijk in de diensten gespecialiseerd voor kinderen en jongeren, dat er toch een zekere competitie heerste op vlak van zelfverwonding. Het bracht een zekere status met zich mee. Moest je naar het ziekenhuis, dan kreeg je heel veel aandacht van medepatiënten. Soms ook van begeleiding. Moest je gehecht worden, dan hoorde je er echt bij. Dit gevoel heb ik toch bij m'n tijd op K-diensten. Dat er heel wat status samen hing met zelfverwonding. Als je 'het erg deed', dan hoorde je erbij.

Intussen was ik bijna zeventien en kon ik me toch distantiëren van het gebeuren. Ik had geen nood om erbij te horen, maar bij velen was dit anders. Enkele mensen begonnen zich te verwonden toen ze in psychiatrie waren, terwijl ze dit voordien niet deden. Ik vond dit altijd zo somber, dat die gave lijven vernield werden door deels competitiedrang, maar ook door de oorlogen in hun hoofd. Voornamelijk het laatste, denk ik. Maar de competitie van de 'diepste wonden' was vaak aanwezig. En er waren altijd enkele gevoeligere jongeren die weinig identiteit hadden, en van zelfverwonding hun identiteit gingen maken. Begrijpelijk. Niemand verblijft voor niets in kinderpsychiatrie.

Het is zeker niet m'n bedoeling om met de vinger te wijzen. Ik vind het nog steeds naar als ik eraan terugdenk. In psychiatrie viel een deel van je leven van je af. Enkel in het weekend kon je eens naar huis, maar dat was het. School viel weg, vriendschap viel vaak weg, een identiteit opbouwen net als andere pubers, viel ook weg. En dan bleef de destructie over. Bij de laatste instantie waar ik verbleef, was er naar mijn mening ook veel te weinig opvolging. De jongeren zaten 's avonds gewoon bij elkaar zonder begeleiding. En de gesprekken werden alsmaar destructiever.

Ik vind dit allemaal zo jammer. Ik wou dat er toen meer begeleiding was, dat minder jongeren zichzelf gingen verwonden eens ze in kinderpsychiatrie verbleven. Ik wou dat er in plaats van 'kamercontroles', bemoedigende gesprekken plaatsvonden over hoe het ànders kon. Beter kon. Het was zo naar om te zien hoe jonge mensen eronder door gingen, deels door groepsdruk, door erbij willen horen. Wat heel menselijk is op die leeftijd.

Intussen kan ik wel zeggen dat er veel veranderd is bij de instelling waarover ik het hier voornamelijk heb. Beleidsmatig is er heel veel veranderd. Maar toch vind ik het spijtig.

Ik wou dat het anders kon.

Ook jij kan ons je herstelverhaal of blog doorsturen op blog@verwonderd.be.